Terugblik op de Barbaarse eeuwen: De Jaren 2000
We schrijven het jaar 3028. Vandaag herdenken we niet, maar herinneren we. We kijken terug naar een tijd waarin de mensheid nog gevangen zat in haar eigen illusies van macht, hiërarchie en bezit. De jaren 2000, slechts een voetnoot in de grote geschiedenis van bewustzijn, vormen een periode waarin de mensheid zich op een dieptepunt bevond, ondanks haar technologische vooruitgang.
In die eeuwen draaide de wereld nog om oorlog, geld en ego. Landen, geleid door individuen die hun persoonlijke ambities voorstelden als het “algemeen belang,” voerden oorlogen. Duizenden, miljoenen stierven, vaak jonge mensen, omdat grenzen verdedigd moesten worden, omdat grondstoffen geclaimd werden, omdat trots belangrijker was dan leven.
Dieren werden in die tijd massaal gegeten. Niet uit noodzaak, maar uit gewoonte. In megafabrieken werden miljarden levende wezens jaarlijks geslacht op volautomatische lopende banden. Hun lijden werd weggestopt achter glanzende verpakkingen in supermarkten. De mens at terwijl het bloed bleef stromen, zonder zich rekenschap te geven van wat het betekende. In het wild werden dieren uitgeroeid, niet vanwege gevaar, maar om plaats te maken voor landbouw, asfalt, industrie. De natuur werd gezien als bezit, niet als partner.
Werk was in de jaren 2000 geen keuze, maar dwang. Een mens moest "werken om te leven", vaak in functies die zijn of haar ziel vervreemdde. Wie niet werkte, verloor bestaanszekerheid. Overheden controleerden via geldsystemen, schuld, en wetten de richting van ieders leven. Vrijheid was een woord, geen realiteit.
Maar dat alles is veranderd
Vandaag, in 3028, leven mens, dier en natuur in een zorgvuldig gecodeerde symbiose. Dieren worden niet langer gezien als inferieur, maar als medebewoners van deze planeet. Dierlijk leven wordt geëerd, niet geëxploiteerd. Vleesconsumptie is al eeuwen achterhaald; niemand verlangt er nog naar, zoals men nu geen verlangen voelt naar geweld.
Oorlog is een vergeten concept. In een wereld waarin bezit en macht niet langer de kern vormen van identiteit, is er niets meer om oorlog over te voeren. De notie van grenzen is opgelost. Samenwerking is geen ideaal, maar een vanzelfsprekendheid.
Werk, in de zin van dwangarbeid voor overleving, bestaat niet meer. Creativiteit, zorg, leren en bijdragen aan de gemeenschap zijn vrijwillige expressies geworden van wie we zijn. Technologie verzorgt onze basisbehoeften; geld is een historisch curiosum geworden, tentoongesteld in musea. In plaats van te dienen, creëren mensen.
Onze samenleving draait niet langer op controle, maar op vertrouwen. Alles wat gecreëerd wordt, van voedsel tot kennis, is geautoriseerd, transparant, en gedeeld. Vrijheid is niet langer een doel, maar een staat van zijn.
Soms vragen jongeren vandaag zich af: Hoe kon het ooit zo ver komen? Het antwoord is simpel: onbewustheid. Maar wat ooit duister was, heeft licht voortgebracht. En wie terugkijkt naar de 21e eeuw, ziet niet alleen wat er mis was, maar ook hoe ver we gekomen zijn.
Moge we nooit vergeten waar we vandaan komen. En moge we nooit meer terugkeren.