Oorlog: Het Grote Raadsel van Onze Voorouders
Er zijn weinige zaken uit de menselijke geschiedenis die ons in 2279 nog zo verbijsteren als het fenomeen oorlog. Het idee dat mensen ooit massaal georganiseerd werden om elkaar te doden, vaak voor de meest banale redenen, blijft voor ons onvoorstelbaar. Grenzen, hebzucht, macht en geld waren eeuwenlang de brandstof van conflicten. Mensen die zich slechts onderscheidden door toeval van geboorteplaats, werden tot vijand verklaard, enkel omdat een leider het zo besliste.
In die eeuwen, vooral de 19e, 20e en 21e, werd de mens zelden als mens gezien. Soldaten waren objecten, bruikbare middelen om een staatskas te vullen, grond te veroveren of politieke trots te strelen. En wie niet nuttig was in dat systeem, werd beschouwd als overbodig afval, soms letterlijk.
De absurditeit van die tijd wordt nog groter als we ons herinneren dat vrijwel de hele wereld zich in woorden uitsprak tégen oorlog, maar in daden precies het tegenovergestelde deed. Landen veroordeelden agressie, terwijl ze tegelijk gretig wapens leverden aan strijdende partijen. Het was een grotesk toneelstuk waarin iedereen het scenario kende, maar niemand de moed had het doek te laten vallen.
Vandaag kennen wij geen wapens meer. Niet omdat een verdrag het verbood, maar omdat de logica ervan eenvoudig verdween. In onze samenleving, waar leiderschap als hiërarchisch concept is verdwenen, is er geen machtsstructuur die oorlog kan organiseren. Vrijheid is universeel, maar niet als een fragiele vlag die verdedigd moet worden; het is een vanzelfsprekende staat van zijn.
Er is nog maar één onwrikbare verplichting: iedereen moet elkaar in hun waarde laten. Deze regel is geen wet, maar een collectief geheugen, diep verankerd in onze cultuur, bijna religieus in zijn vanzelfsprekendheid. De lange, bloedige eeuwen hebben ons geleerd dat er geen vrijheid bestaat zonder wederzijds respect.
Oorlog, in de zin zoals onze voorouders die voerden, is voor ons niets meer dan een mythisch monster uit een primitieve tijd. En toch blijft het nuttig om terug te kijken, niet uit nostalgie, maar om te herinneren waartoe wij nooit meer zullen vervallen.